Sfeerverslag van Tineke

Scratch-Messiah; een sfeerverslag van Tineke


Jarenlang zei mijn vader (zelf een klassiek geschoolde tenor) tegen mij dat ik eens op een koor moest gaan: “Je kunt zo leuk zingen”. De Scratch-Messiah leek mij een goede gelegenheid om postuum aan dit verzoek te voldoen.

Via het prikbord op de website kon ik nog een kaartje bemachtigen. Wekenlang oefende ik de sopraanpartij: in de auto, in mijn hoofd, in de kamer (als Lex, mijn man, niet thuis was…), en maakte mij grote zorgen of ik het wel aankon.

14 februari. Een beetje onwennig stap ik de Pieterskerk binnen. Ik ben nog steeds niet overtuigd dat ik kan zingen, maar heb mij voorgenomen er het beste van te maken. Ik word meteen gegrepen door de sfeer. Het is een combinatie van verwachting, vrolijkheid en enthousiasme. Ik ben onder de indruk van de opbouw van tribunes in de kerk. Er zijn 1010 zangers! Wat geweldig. Langzaam vullen de plaatsen op. Het orkest neemt zijn plaats in. Dirigent Leo Rijkaart spreekt ons toe. Oké. We gaan ervoor!

We beginnen met het Halleluja. Jaha, dat is meteen lekker hoog voor de sopranen. Het klinkt nog niet zo best, en Leo zegt met name tegen de sopranen dat hij weet dat het nog vroeg is, maar dat hij vanavond die hoge G toch wel van ons wil krijgen.
Zo nemen we stuk voor stuk alles door. Om 11.00 uur komen ook de solisten erbij. Eerst tenor Frank Fritschy. We applaudisseren beschaafd. Julian Hartman is onze bas vandaag. Weer beschaafd applaus. Countertenor Sytse Buwalda. Het enorme applaus en enthousiasme verrast mij aangenaam. Ik heb Sytse nog maar een keer eerder horen zingen en was toen gegrepen door zijn prachtige stem. Er zijn er blijkbaar meer die er zo over denken… Ook sopraan Elma van den Dool valt een warm applaus ten deel.
Zij is ongetwijfeld nummer 2 van deze ‘populariteitspoll’.

Ik doe de hele ochtend flink mijn best. Ik zing zo veel mogelijk mee met mijn buurvrouwen. Maar na de lunchpauze merk ik dat ik steeds makkelijker zing. Ik ga zélf zingen, heb veel meer oog voor de dirigent en heb eigenlijk amper meer oor voor de stemmen naast mij. Die hoge noten, waar ik mij zo’n zorgen over maakte, gaan mij makkelijk af. Het is een heel verschil of je alleen zingt of zo tussen gelijkgestemde stemmen. Je wordt meegenomen, opgetild de hoogte in. Je hebt steun aan elkaar. Het is voor mij een openbaring.

Om kwart over vijf worden we even vrijgelaten: pauze om te eten, om je te verkleden, even buiten te zijn. Ik heb bewondering voor ons orkest. Dat zijn tenslotte ook amateurs en die spelen echt de hele dag. Wij als koorleden kunnen af en toe nog luisteren als er een solist zingt. De vele vrijwilligers zijn ook de hele dag in de weer. Ze zijn herkenbaar aanwezig met hun paarse outfit en de organisatie loopt als een trein.

Ik ben al vroeg weer in de kerk. Even kijken of ik Lex zie, die vanavond komt luisteren. Dan weet hij waar ik zit en ik weet waar hij zit. Dat is fijn om te weten. Ik pak mijn partituur weer uit mijn tas. Vermoedelijk de oudste partituur in de kerk. De partituur van mijn vader, vergeeld en met zíjn aantekeningen; heel dierbaar.

Dan beginnen we. Ik merk dat ik in een soort flow kom. Het is heerlijk om zelf te zingen. Het gaat ook lekker. Ik kijk uit naar ‘He was despised’, een van de aria’s die Sytse Buwalda zingt. Het is stil in de kerk, uiteraard, tijdens de uitvoering, maar het kan blijkbaar nog stiller als Sytse die aria zingt. Het wordt zó stil, dirigent en orkest pakken dat prachtig op. Ik heb het idee dat iedereen de adem inhoudt om dit moment niet te verbreken.
Maar lang kun je daar niet bij stil staan, want we gaan verder. Even dat brok in mijn keel wegslikken. Surely, mogen wij zingen. En het is net of we dat prachtige van de aria meenemen in dit koraal. Het ene hoogtepunt volgt het andere op. De Messiah is al geweldig om naar te luisteren, laat staan om zelf te zingen. Het Halleluja gaat fantastisch. We zien de solisten zich naar ons, sopranen, omdraaien, omdat we de hoge noten zo goed pakken. Elma steekt haar duim naar ons op. Dat stimuleert enorm.

Het slotlied, het Amen is en blijft moeilijk, lijkt een beetje een worsteling voor iedereen. Het is daarom fijn dat we nog een keer het Halleluja mogen jubelen. Elma komt spontaan bij ons op de tribune staan. Leuk!

We applaudisseren voor elkaar: het publiek voor ons, wij voor het orkest en de solisten, de solisten voor orkest en zangers.

En dan is het afgelopen. Hoewel: de muziek blijft nog dagenlang door mijn hoofd gaan; de cd’s worden nog regelmatig gedraaid. En ja, mijn vader had wel gelijk. Het is geweldig om in een koor te zingen. Ik ben bang dat ik er een hobby bij heb!

Tineke

 

/

VR Media 2012©